Haiku's:
1 t/m 30
31 t/m 60
61 t/m 90
91 t/m 120
121 t/m 150
151 t/m 180
181 t/m 210
211 t/m 240
241 t/m 270
271 t/m 300
301 t/m 330
331 t/m 360
361 t/m 390
391 t/m 420
421 t/m 450
451 t/m 480
481 t/m 510
511 t/m 540
541 t/m 570
571 t/m 600
601 t/m 630
631 t/m 631

De laffe nijlgans

De laffe nijlgans
keert na de vorst weer terug,
onder veel gekrijs

Door: Guus

Haar hart een bloemknop

Haar hart een bloemknop,
ach, de winter duurt zo lang.
Waar blijft de lente?



Door: Guus

Een zacht paaseitje

Een zacht paaseitje
naast zijn kop koffie bereidt
hem voor op Pasen.
Ook onbenulligheden
verwijzen naar Eeuwigheid.



Door: Guus

Te denken dat de

Te denken dat de
bloesem weer zal uitvallen
wat heeft het voor zin?

Door: Guus

De bedauwde roos

De bedauwde roos
geurt bedwelmend en plooit zich
open naar het licht

Door: Guus

Mijn hond maalt er niet

Mijn hond maalt er niet
om hoe de dag verloopt, oei,
daar schrik ik toch van



Door: Guus

Het gras kraakt onder

Het gras kraakt onder
zijn voeten, hevige vorst
- wolkenloze lucht

Door: Guus

Eerste winterbui

‘Eerste winterbui’ -
de laatste roos begeeft het,
maar waarom getreurd.

‘Eerste winterbui’ in plaats van miezerige sneeuw, zoals er eerst stond. Haiku’s refereren vaak aan regels uit bestaande gedichten. Basho (1644 - 1694) ontleende ‘Eerste winterbui ’ aan oude Chinese gedichten. Deze haiku ontleent de eerste regel weer aan Basho.


Door: Guus

Sigarenwolken

Sigarenwolken
vullen de kille ruimte -
de roker geniet
met volle teugen, zijn geest
verbindt hemel en aarde.

Door: Guus

Slechts één rode bes

Slechts één rode bes
nog glinstert aan de kale
takken van de struik


Door: Guus

In haar mond knispert

In haar mond knispert
de chips, ze kauwt en slikt,
dan is het weer stil,
volkomen stil als na het
bedaren van zware storm.

Door: Guus

Ben ik niet mooi?, vraagt

Ben ik niet mooi?, vraagt
de narcis in knop hoopvol.
Ja, nu je het zegt.

Door: Guus

Het lenteterras

Het lenteterras -
nog blanke decolleté’s
verwarmen zijn hart

Door: Guus

Hij schrijft en schrijft, ach

Hij schrijft en schrijft, ach,
de haiku scheert net langs wat
onbenoembaar is.

Door: Guus

Zijn innerlijke

Zijn innerlijke
stem staakt bij het zien van de
eerste meiklokjes



Door: Guus

Dikke mist bij vorst

Dikke mist bij vorst -
berijpte takken ineens
in allerwitst wit.


Door: Guus

Vrieskoud, blauwe lucht

Vrieskoud, blauwe lucht -
ha ha, donkere dagen
voor Kerst, niets daarvan.
Het leven nemen zoals
het komt, zonder verwachting.


Door: Guus

Besneeuwde weiden

Besneeuwde weiden
- zonovergoten - tarten
het zomerseizoen.

Door: Guus

Een waterige

Een waterige
zon op het stille terras -
begin november.


Door: Guus

De prille roos aan

De prille roos aan
de al ontbladerde struik
fleurt haar gemoed op

Door: Guus

De amaryllis

De amaryllis
eens zo fier, nu geknakt, maar
is dat minder schoon?

Door: Guus

Vallend bloesemblad

Vallend bloesemblad -
hoeveel al gingen hem voor?
Wat doet het ertoe.



Door: Guus

Opstaan uit de dood

Opstaan uit de dood
dat is nog iets anders dan
bij leven dood zijn.
Ook de kale knotwilgen
zullen weldra uitbotten.

Door: Guus

Ach, niets dan geklets

Ach, niets dan geklets
al die mensen om me heen,
geef mij maar stilte.
Het geluid van een merel
dat is tenminste nog mooi.



Door: Guus

Geen mens aan de bar

Geen mens aan de bar,
dampen in de rooksalon
en maar kletsen daar

Door: Guus

Nieuwjaar inknallen

Nieuwjaar inknallen,
met God en jenever. Boem!
Het luchtruim getergd.

Door: Guus

Glans van kerstballen

Glans van kerstballen -
ze weerkaatsen een oud lied,
de tijd krimpt ineen.

Door: Guus

Hoe gevaarlijk toch

Hoe gevaarlijk toch -
de kelner bedient dapper
zijn rookhol-klanten.

Door: Guus

Zijn koortsige brein

Zijn koortsige brein
zoekt naar woorden in het ruim
van zijn zieke lijf.
Tevergeefs, ach, tevergeefs.
Hij is de wanhoop nabij.

Door: Guus

De zaaimaand kwakkelt

De zaaimaand kwakkelt
tussen zomer en herfst, ach
was het maar winter.
Haar pijn is niet langer te
dragen - slechts één verlangen.


Door: Guus