Haiku's:
1 t/m 30
31 t/m 60
61 t/m 90
91 t/m 120
121 t/m 150
151 t/m 180
181 t/m 210
211 t/m 240
241 t/m 270
271 t/m 300
301 t/m 330
331 t/m 360
361 t/m 390
391 t/m 420
421 t/m 450
451 t/m 480
481 t/m 510
511 t/m 540
541 t/m 570
571 t/m 600
601 t/m 630
631 t/m 631

Oudjes in reien

Oudjes in reien
langs de Appeldijk
dansen in lentejurken

De lucht is somber als ik met de trein naar Geldermalsen rijd. Voor het station krioelt het van wandelaars en fietsers, die zich voor een tocht langs de Linge opmaken. Over de spoorbrug wandelend nader ik Tricht met haar vriendelijke dijkhuizen en verlaat het dorp de lenteweelde tegemoet. Kunstmatig klein gehouden bomen, om het plukken te vergemakkelijken, hebben hun bloesems grotendeels voor groen blad verwisseld. De zon breekt door de wolken. Verderop aan weerszijden van de dijk bloesemen jarenoude appelbomen, een ietsje later dan hun jonge concurrenten. Hordes fietsende bezoekers vertroebelen mijn aandacht. Op een stil moment krijgen de oude appelaars een gezicht en voeren met de ernst van hun leeftijd een onverwacht vrolijke reidans uit. Nu kunnen de fietsers weer komen.

Door: Guus

’s Zomers ontvangen

’s Zomers ontvangen,
vóór de lente geboren:
Julia Rosa.
Niet langer meer wachten nu,
maar delen in puur geluk.

In het zon beschenen Arcadia traden bruid en bruidegom elkaar tegemoet. De bloemen geurden, de bomen droegen vrucht. Wat zelden gebeurde: de vogels zongen in hun vlucht. De gelieven konden herfst en winter nauwelijks overbruggen en wachtten met ongeduld de lente af. Nog voor de eerste rozen hun knoppen braken verscheen het kind in hun midden en zetten zij vanaf toen het pad met drieën voort.

Door: Guus

Als met sneeuw bedekt

Als met sneeuw bedekt
buigen meidoorntakken door
in de voorjaarszon.

De herinnering aan de winter blijft vers, ook tijdens een voorjaarswandeling in de omgeving van Zaltbommel. Als een van de eerste struiken liet de meidoorn al het jonge groen zien. Nu maken zij het winterseizoen belachelijk door de op sneeuw gelijkende bloesemtakken. Nog erger is de spotternij door vrolijk rose getinte, zware weelde.

Door: Guus

Jonge narcissen

Jonge narcissen
de kopjes half gebogen
turen naar de grond.

Een oudere haiku die mij ‘overkwam’ toen ik, bij invallende schemering in de vroege lente, van een drukke schooldag langs de voortuinen in een stille straat naar huis terugkeerde. Dat schuchtere begin van de lente: de uit de knop gebarsten bloemen zien liever naar de grond die de bollen onder hen bevruchtte, dan dat zij fier de toekomst inkijken.

Door: Guus

De jaren vlieden

De jaren vlieden,
seizoen na seizoen treur ik
om wat ik verloor

Ineens kun je beseffen dat het voortschuivende moment op de levenslijn niet te stuiten is. Dat afscheid van wat je in het verleden met vreugde vervulde, voorgoed is. Dat de pijn die bij het voortgaan van de jaren rest, in je voortwoekert. Dat bij dat jou overvallend besef de kracht om door te gaan verder dreigt te verzwakken. En dat na een opflakkering in het nu zich de kommer van het verleden meedogenloos herhaalt.

Door: Mieke

Die twee in het bos

Die twee in het bos
op mijn ouders gelijkend
in hun levensherfst

De hele dag op mijn kamer gewerkt. Ik bel Mieke op kantoor en nodig haar uit tegen etenstijd bij de Heeren van Oranje te komen. Ik ga op pad en verlaat de stad, loop onder herfstige bomen, langs volkstuinen op hun retour, over stille paden, langs een bosrand en passeer de brug over de zich door weilanden slingerende Markstroom. En daar in het Mastbos voorbij een speelweide zitten zij: zoals mijn vader met grijze, sluike haren op een klapstoel zou zitten en moeder in haar rolstoel. Beiden lezend. Nauwelijks van de schrik bekomen schiet een haiku door mijn ziel.

Door: Guus

Een oud boertje kijkt

Een oud boertje kijkt
’s morgens vroeg naar de kippen
achter de haagbeuk

Tegen zonsopkomst wandel ik in de beemden buiten de stad. Het is stil. De paden zijn hard door de nachtvorst. Uit de deur van een boerderij trekt een oude man, klein van stuk en mager, met een klak op zijn hoofd, zijn klompen aan. Hij sjokt over het pad naar de haag voor een met een waas van rijp bedekte groene weide. Hij buigt zich stram voorover en kijkt, zich met beide handen op zijn achterwerk in evenwicht houdend, naar de vrij loslopende kippen op het land.

Door: Guus

Vrolijk loopt zij daar

Vrolijk loopt zij daar
het nieuwe jaar tegemoet,
ze ruikt al bloesem.

Ik schat haar achttien jaar. Ze passeert me in de straat. Het is koud tussen Kerst en Nieuwjaar. Op haar schouders dansen zwarte lokken in de cadans van haar levenslustige tred. Nog even en het is weer voorjaar.

Door: Guus

Een opa kuiert

Een opa kuiert
met zijn kleinzoon en vraagt hem:
‘Hoor je de vogel?’

Onder kale bomen in een stille laan loopt een bejaarde man met zijn kleinzoon die voor het eerst in zijn leven wild schoppend door de afgevallen bladeren stapt. Zijn vrouw had hem gevraagd de jongen mee naar buiten te nemen zoals honden worden uitgelaten; ze komen dan rustiger terug. Misschien valt opa na een druk en werkzaam leven nu pas het kwetteren van een vogel hoog in de boom op. Wat een prachtig geluid.

Door: Guus

Na zoveel stormen

Na zoveel stormen
geen zicht nog op nieuw leven
je hart een herfsttuin.

Hij ziet de moeder vanuit de huiskamer haar dochters tuin inkijken. De herfstwind rukt de bladeren van de nog jonge katalpa’s in het grindterras. Kleine perken met groene aanplant en verwelkte bloemen herinneren aan lente en zomer. Wie weet als je goed zou kijken, zich misschien al nieuwe knoppen ontwikkelen. Is het anders in je hart?, vraagt hij haar stilzwijgend vol mededogen.

Door: Mieke

Fel kwinkeleren

Fel kwinkeleren
vogels in bloesembomen
aan de Lingestroom

De dijk langs de Linge blakert in de zon. Boven het zachte ruisen van het riet aan de rivieroever juichen op deze dag vogels, beneveld door de opwindende geuren van bloesem.

Door: Guus

Mijn lieve dochter

Mijn lieve dochter:
haar ogen zo stralend en
blij in verwachting

Deze gelegenheidshaiku ontviel me op verzoek van een moeder die de blijde verwachting van haar dochter deelde en me vroeg haar vreugde in woorden te vertolken. Nog nooit heeft ze haar dochter zo gezien. En zij zelf moet nog wennen aan haar eigen gevoelens. Moeder en dochter: beiden verlangend naar de ongeboren baby in hart en schoot.

Door: Guus

Vorige week nog

Vorige week nog
in de knop, nu in bloesem
fraai uiteengespat.

Niets blijft hetzelfde. Alles verandert. Alleen verandering bestaat. Een goede foto is een film: wat je ziet is met het verleden verbonden en suggereert de toekomst. Verandering troost en kan verdrietig maken, maar ook die emotie verandert weer.

Door: Guus

Meeuwen gillen en

Meeuwen gillen en
wieken boven de golven,
uitrollend in schuim

In het vroege voorjaar loop ik langs het IJmuidense strand de uiterste grenzen van het uitvloeiende zeewater mijdend. Aan de hemel scheren op de wind wiegende vogels. Hun geschreeuw klinkt heel natuurlijk samen met het geraas van brekende golven onder hen. Keer op keer poogt de onstuimige zee het strand haar wereld binnen te trekken.

Door: Guus

Het eerste speenkruid

Het eerste speenkruid
vlijt zich in zonneschijn en
omarmt de vrieskou

Rupert en ik wandelen over de bochtige Poldersdijk in de nabijheid van Zevenbergen. De lucht is helder. Kale populieren mogen de wind dan enigszins breken, een stevige, koude bries over landerijen en Mark waait ons in het gezicht. We doen er het zwijgen toe om de koude niet binnen te laten. Na drie uur lopen nog geen café in zicht. De bermen van de soppige dijk zijn bekleed met het jonge, verse blad van speenkruid. Ik kijk goed waar ik mijn voetstappen zet om niet over de vette klei uit te glijden. Ineens sta ik oog in oog met het helder geel van een bloemetje dat zich wentelend in tegendelen van weersomstandigheden weet te handhaven.

Door: Guus

Een bruine haagbeuk

Een bruine haagbeuk
voorbij het berijpte veld
klaart op in de zon

Een zilveren zon achter een sluier van witte wolken licht deze morgen witter dan wit de aangevroren dauw over de kale weiden op. Aan de horizon treft me tussen de in losse nevel gehulde bebossing des te kleuriger een oranjebruine haag die het boerenhuis als met een feestelijke guirlande siert.


Door: Guus

Uit genegenheid

Uit genegenheid
voor de struik knakte de vorst
ook de laatste roos

De laatste roos, opvallend rood tussen de verdorde resten van planten en struiken in de tuin, heeft het de afgelopen nacht begeven. Ze doorstond fier de herfst en overleefde de eerste winterdagen. De vorst lijkt meedogenloos, maar hij moest wel als liefdevolle voorbereiding op een nieuw teer ontluiken van de struik in het voorjaar.

Door: Guus

Geen sneeuw nog buiten

Geen sneeuw nog buiten.
Terwijl de dagen lengen
kust ze je wakker.

De winter is nog maar net begonnen of de dagen worden alweer langer. Wat dubbel: sneeuw en ijs zullen eerst ons deel zijn, terwijl de zon haar best doet de lente aan te wakkeren. Zo lig ik in bed te mijmeren en hoor dat op zolder een jonge vrouw haar vriend wakker kust.

Door: Guus

Boven de in zee

Boven de in zee
wegglijdende bergketen
een gele hemel.

In de ochtendschemering jog ik over de Avenida del Mar naar het strand van San Pedro in Zuid-Spanje. Elke morgen opnieuw kuier ik langs het strand, wachtend op het moment dat de zon in een fel oranje streepje achter de verten van de zee verschijnt. Het is nog niet zover. Een goudgeler wordende hemelsluier boven grijze uitlopers van bergen verraadt haar komst. De golven rollen zachtjes over de keien uit.

Door: Guus

De herfst was vervuld

De herfst was vervuld
van radeloos gepeins en
van liefde en dood

Geen rustiger morgen op mijn werkkamer denkbaar. De telefoon krast brutaal door de luchtige Mazurka’s van Chopin. Ik neem kalm en niets vermoedend de hoorn van de haak. Nog voor mijn vredige stemming de lijn kan invloeien, golft een vrezelijk bericht bij mij naar binnen. Verdrietig vertelt mijn gesprekspartner dat een collega bij hen zich het leven heeft ontnomen. Onvermoed, wie weet het meest nog voor hemzelf. De ‘lauwe holte’ die hij achterlaat...

Door: Guus

Bemoste takken

Bemoste takken
aan de oude appelaar
verliezen bloesem

De oude appelboom in de tuin ontwaakt later in het seizoen. Lang nadat de haar omringende fruitbomen al in blad staan en hun vruchten beginnen te rijpen, ontluiken aarzelend op het oude lijf de eerste bloesems, die spoedig daarna verwelken als wil zij haar jongere omstanders inhalen.

Door: Guus

In mijn grijze tuin

In mijn grijze tuin
wacht ik verlangend de komst
van de lente af

Tegels, grind en een grauw verkleurde omheining van hout vormen de structuur van Barbara’s tuin. Maar lang genoeg nu duurt dit uitzicht op deze rustige ruimte die al heimelijk lonkt naar kleurrijke bloemen dragende planten in potten en bakken. Ook Barbara’s uitbottend verlangen kan nauwelijks nog de ijsdagen afwachten.


Door: Guus

Na winterkoude

Na winterkoude
in lentezon ontluikend
om fier te bloeien.

Met zorgelijk gemoed laat de winter de planten los: voorzichtig wrikken zij zich uit de grond (wonderlijk en even onvoorstelbaar als het zich door brekende aarde omhoog werken van gestorven lichamen). Nu al manifesteert een vrolijke zomer zich in de zachte kracht van de ontworsteling aan het verleden. Voor iedereen een Zalig Pasen.

Door: Mieke

Als stromend water

Als stromend water
kletteren mooie woorden
pats de gootsteen in

Degene die de woorden uitspreekt is een ander dan voor wie zij zijn bedoeld. Ze worden weggezogen in een niet te vullen leegte. Maar er komt een moment dat ze als uit een bron in mezelf opborrelen.

Door: Guus

Werken is werken

Werken is werken
wandelen is wandelen
o, die dennenlucht

Het is de laatste mooie, heldere winterdag van een serie dagen. Morgen zou het weer gaan regenen. Mieke werkt in huis en gunt mij mijn wandeling door de bossen naar Surae. Ze belooft me zelfs nog op te halen ook. Langs huizen, over het pad tussen sloot en spoor, bereik ik de bosrand. Mijn gedachten zijn vervuld van het werk dat me thuis te doen staat. Je kunt niet met geweld je hoofd als een zak oude veren uitschudden om het vol te laten stromen met impressies van de omgeving. De wegfladderende veren zouden mijn geest nog onrustiger maken. Als mijn ogen zich niet door de schoonheid laten vangen, dan vraag ik mezelf naar vogels in de bomen te luisteren of geuren die me omgeven, te ruiken.

Door: Guus

De magnolia

De magnolia
al in knop, de hemel blauw:
nog even geduld

Onder een open heldere hemel blijft de vrieskou aanhouden. Met een dikke jas aan en een wollen das om stap ik om warm te worden harder dan normaal door de straten en kijk vol verwachting de levenloze voortuinen in. Aan een grote kale struik zwellen knoppen dat het een lieve lust is. Ze trekken hartstochtelijk het voorjaar naar zich toe.

Door: Guus

Parkieten, tulpen

Parkieten, tulpen,
anemonen, goudsbloemen,
hoor de tram gieren.

We wandelen over de bloemenmarkt in Amsterdam. Tulpen, narcissen en exotische bloemen in zachte en felle kleuren. Lopen hier nou Amsterdammers die voor het weekend een bloemetje kopen of zijn het toeristen en buitenlanders die in de folder lazen een bezoek aan dit gedeelte van de Singel te brengen? We stappen uit de kou een warm café binnen en ik verlustig me op een bezoek straks aan de boekhandel in de straat voorbij deze rustige wandelpassage die genadeloos door een gierende tram wordt afgesneden.

Door: Guus

Na negen maanden

Na negen maanden
glimlach je op een morgen
tegen jouw baby.

Deze regels schreef ik jaren geleden op een kaart voor Barbara, de moeder van Anna. Anna is nu bijna zeven jaar. Als ze met haar moeder bij ons op visite komt en ik de deur opendoe, glimlachen we naar elkaar. Het is niet anders dan op het moment dat zij de wereld betrad: een voortdurend zich herhalende geboorte.


Door: Guus

Een geur van rozen

Een geur van rozen
in groen gevat, niet anders
dan jij in mijn hart

Met een pasgekocht boek onder de arm loop ik in opgewekte stemming door de drukke straat en passeer de etalage van een wel zeer kunstzinnige bloemenarrangeurs. Ineens voel ik dat ik van haar houd en bestel wat hen tussen al die wonderbaarlijke creaties onmogelijk lijkt: een simpele bos geurende rozen in een bed van bladeren. Niets mooiers dan dat.

Door: Guus

Donkere heuvels

Donkere heuvels
in tegenlicht verhullen
even nog de zon

’s Morgens vroeg rijden we met de bus vanuit Arcidosso in Toscane naar Rome. Het schemert nog, maar dartele heuvels rondom de verstilde vulkaan van de Monte Amiata houden de zon in hun boezem verborgen. Terwijl de bus voortraast en we doezelig naar buiten staren, glijden de scherp gemarkeerde, donkere heuvels aan ons voorbij. De zon verraadt zich in het felle licht, dat over de heuvelranden heen op de tere nevel weerkaatst.

Door: Guus