Haiku's:
1 t/m 30
31 t/m 60
61 t/m 90
91 t/m 120
121 t/m 150
151 t/m 180
181 t/m 210
211 t/m 240
241 t/m 270
271 t/m 300
301 t/m 330
331 t/m 360
361 t/m 390
391 t/m 420
421 t/m 450
451 t/m 480
481 t/m 510
511 t/m 540
541 t/m 570
571 t/m 600
601 t/m 630
631 t/m 631

Vermoeide voeten

Vermoeide voeten
toch weer opgevrolijkt door
blauwe ereprijs.

Je kunt van die dagen hebben dat de afmatting al op het vroege middaguur voelbaar wordt. Maar je hebt nog een lange weg te gaan en dan ineens, oog in oog met een hemelsblauw miniatuur, eindigt de dag zoals zij begon.

Door: Guus

Oranjeboombier

Oranjeboombier
gedroomd op een tuintafel
in hartje winter.

Een lijwervel langs de hoge muur van de bierbrouwerij slaat guur in mijn gezicht. Uit een rooster walmen geuren van hop en gerst. Ze prikkelen mijn fantasie: op een zonnig terras als was het zomer, verkoelt het goudgele vocht mijn mond en slokdarm.

Door: Guus

Hup, weg is de kraai

Hup, weg is de kraai
als mijn stap naderbij komt,
hij vergeet het aas.

Vanuit de verte kijkt een zwarte kraai me brutaal aan, stapt nog wat voorwaarts om zijn broodkorst te beschermen. Ik ook niet mis: ontwijk hem niet en dan ineens vliegt hij op, de lafaard.

Door: Guus

Een regenbui valt

Een regenbui valt
mals door open ruimten van
kastanjetakken.

Tijdens de les werkten de studenten aan een opdracht. Niets zo plezierig en ontspannend er te zijn als zij werken. Zo ontspannen dat ik in verrukking raak van de regen die door de kale takken van de bomen in de schooltuin drupt.

Door: Guus

De stad net ontglipt

De stad net ontglipt,
op een stil modderig pad
glijdt de grijsaard uit.

Het heeft flink geregend en op weg naar huis zoek ik in de stad tussendoorpaden die geheimen vasthouden in ondoordringbare bosschages die hen omzomen. Ik ben niet de enige op het pad. Een oude man (bij wie ik ongezien wijsheid vermoed) gaat me voor en laat me schrikken als hij met wanhopige gebaren zijn evenwicht niet langer kan houden.

Door: Guus

Eenden fladderen

Eenden fladderen
over de vliedende beek
tegen de wind in.

Urenlang liep ik stroomopwaarts langs de Markstroom ten zuiden van Breda. Niet anders dan de eenden die ongehinderd door tegenwind over het water scheerden.

Door: Guus

Haar blauwe ogen

Haar blauwe ogen
dromen niet, maar kijken klaar
en onbevangen

Na een wandeling door de hete middag drink ik met een door het dragen van de rugzak doorweekt overhemd een cappuccino en een spa blauw op het terras van de Heeren van Oranje. Ik bel Mieke voordat ze met Julia van huis zal vertrekken en zeg haar dat ze vanaf de parkeerplaats Julia op haar armen hier naartoe neemt en niet met de zware maxi-cosy moet gaan sjouwen. Dan neem ik een slok van het gekoelde water en zie ik Julia in de box liggen.

Door: Guus

Geruisloos verlaat

Geruisloos verlaat
zijn laatste zucht de aarde,
morgendauw lost op

in 'n lentewei vol bloemen.
Het zal wéér zomer worden.

Mijn broer en ik staarden uit het raam na een nacht waken bij het sterven van onze vader (zondag, 14 juni 1998, 10.00 uur). Achter onze rug wasten de zusters zijn bleek gelaat. ‘Hij is overleden,’ zei een van hen zacht en verschrikt. Ik zag zijn adem wegglijden over de bloemenweide langs het pad naar het park, waar hij en ik liepen, ik de rolstoel voortduwde en waarvan hij ten slotte alleen nog maar kon dromen. Jaar in, jaar uit.

Door: Guus

De wind negerend

De wind negerend
laat de heide zich de bloei
niet ontfutselen

In het begin van de zomer leidt ons pad door de maar niet in bloei komende Strabrechtse Heide. Vliesdunne wolken zeven het zonlicht en matigen de hitte. Een aanwakkerende wind over de vennen en de stugge, geduldige struikheide verkoelt ons gezicht. Alleen de dophei geeft zich gewonnen.


Door: Guus

Geurende bloemen

Geurende bloemen
trekken de zomerweelde
steeds weer het huis in

Op de rand van lente naar zomer zingen door bloemen bekoorde vogels in de tuin. Ze verstillen als Mieke met zorg een boeket bij elkaar plukt. Ze schikt hem in een ook al met zorg uitgekozen vaas en zoekt naar de meest geschikte plaats in de kamer: een zomerkamer.

Door: Guus

Geurend naar badschuim

Geurend naar badschuim
droogt zij haar zilte tranen
de dag is al oud.

De opwekkende lavendelgeur vermocht haar droefheid niet te dempen. Des te schrijnender botsten de emoties op elkaar. Dat de dag nauwelijks was begonnen maakte het nog erger. Zij had zo gehoopt dat tere zomerbloemen haar koude wintertranen zouden overwinnen.

Door: Mieke

Zachte welvingen

Zachte welvingen
in gebruind vrouwenlandschap
roerloos op het strand.

In de donkere wintermaanden licht af en toe een sprankeltje zomer op. Tussen zeereep en kustlijn rustten hun okeren, tot landschap herschapen lijven, stil en onbewogen in de zinderende zon alsof zij nooit zouden sterven.

Door: Guus

Mijn oude vader

Mijn oude vader
arm in arm door de kruidhof
de zon afwachtend.

Mijn vader woonde nabij een landgoed met een oude kruidentuin. Voor we op een donkere dag in een uitspanning zouden drinken, liep hij met mij langs de perken met kruiden waarvan hij de namen feilloos uit zijn versluierde geheugen opdiste. De verscholen zon liet na de geuren vrij te maken.

Door: Guus

Aan verre einders

Aan verre einders
verzamelen zich wolken,
de zon weifelt maar

Als de zon aan een blauwe hemel schijnt, kun je je nauwelijks een donkere dag voorstellen. En andersom: tijdens donkere dagen is een zonnige dag niet voor de geest te halen. Maar vandaag kan het alle kanten op. Ik weet niet wat ik ervan moet denken en wacht maar af.

Door: Guus

Meisje van de straat

Meisje van de straat:
‘Drie kwartier na nu,’ vraagt ze,
‘is dat lange tijd?’

Als het even kan laat ik de auto thuis en doe lopend mijn boodschappen in de stad, steeds op zoek naar rustige, stille wegen. Een meisje van een jaar of vijftien tobt met haar gedachten die onophoudelijk vastlopen in wat wij de wereld van het gezonde verstand noemen. Zo heeft ze moeite met onze klok en die rare kwartieren binnen een uur. Wanhopig klampt ze me aan en stelt haar vraag waarop ik geen antwoord weet.

Door: Guus

Als baby lichtblond

Als baby lichtblond
is zij dezelfde vandaag
en toch een ander.

Na haar afstuderen ontving ik van een jonge vrouw haar scriptie met de titel: Hetzelfde en het andere. Na de afsluiting van haar jeugd betrad zij nu de wereld van de volwassenen. Indachtig haar altijd blonde haren en nimmer aangetaste innemendheid stuurde ik haar deze haiku.

Door: Guus

Roerloos ligt hij daar

Roerloos ligt hij daar
warm met donzige veren
door zonlicht verblind.

Mieke opent ’s morgens de slaapkamerdeuren naar het balkon en schrikt van de vogel met gebroken nek. In zijnvrije vlucht overweldigde hem het licht van de zon en knakte zijn bestaan. Leven en sterven, denkt ze, door dezelfde bron, eveneens niet oneindig. Meewarig streelt ze zijn zachte veren. Zijn leven: niet meer dan een nauwelijks waar te nemen, grillige rimpeling op een oneindige oceaan.

Door: Mieke

Na wilgenbloesem

Na wilgenbloesem
volgt de zomer in weelde
als een jonge vrouw.

In het oude China duidde men de lastige candidaschimmel op huid, in darmen of in vagina met het bloemrijke ‘wilgenbloesem’ aan. Niets blijft hetzelfde, alles verandert. Zo ook zal het seizoen van wilgenbloesem overgaan in volle zomer met haar uitbundige bloei tot troost van de jonge vrouw voor wie dit vers was bedoeld.

Door: Guus

In de morgenstond

In de morgenstond
opent zich een nieuwe dag
rollend op de grond

Op haar verjaardag gaf ik een vriendin De Rugrol cadeau. Geschreven voor ieder die het wil lezen. Ze gaf me een pen en vroeg of ik een voor haar persoonlijk woord op de eerste pagina wilde kalligraferen. Met gesloten ogen keek ik door haar ogen naar een opgeschoonde morgen die in de komende dag zou uitrollen. Elke dag opnieuw.

Door: Guus

Eerst warm aanwezig

Eerst warm aanwezig
verlaat zij ons voor even,
een kind huilt om haar

Op die middag zochten de leden van de familie elkaar op, jong en oud. De kleine Anna kroop in de warme nestholte van haar tante. In deze nieuwe eeuwigheid geborgen is een kortstondige verwijdering voor Anna een leegte die zij met tranen vult.

Door: Guus

Teder aangedaan

Teder aangedaan
kuste hij haar, maar schrok toen
van de rode zee.

O, wat had hij haar innig lief. En zij, zij liet zich zijn kussen welgevallen, maar verraste hem meedogenloos.

Door: Guus

Op het tafelblad

Op het tafelblad
springen vrolijk de letters
geplaagd door de zon.

Na een lange lesdag kwam ik van de inspanningen bevrijd terug op mijn werkkamer, waar de namiddagzon een opengeslagen boek op mijn bureau bescheen. De letters dansten van plezier voor mijn gretige ogen.

Door: Guus

Als een snelle beek

Als een snelle beek
stromen zijn haiku door de
‘rura vitae’ voort

In het begin was het woord (zich uit duistere mist verheffend) en de mens was geboren. Nog maar enkele millennia geleden stolde het woord in beeld of karakter en letters wachtend op een lezer die hen in geest en hart zou toelaten. En zie nu eens: onze gevoelens en gedachten tot op grote diepte tot niet meer dan nullen en enen herleid en op het scherm tot leven gewekt voor wie de moeite neemt het netwerk te openen. Zo wijd ik een haiku aan een onbekende die ik langs de elektronische snelweg door het ‘landschap van het leven’ ontmoette, iemand die Latijnse verzen vertaalt.

Door: Guus

Witte hagel stort

Witte hagel stort
omlaag door bloesemblaadjes,
een lentedeken.

Lang geleden surveilleerde ik als docent in een groot klaslokaal. Gezeten voor meer dan honderd zwoegende studenten was mijn taak naar hen te kijken, maar mijn blikken gleden naar buiten waar witte hagel de bloesembomen wreed belaagden. Pas toen ik een rondje langs de ramen maakte, zag ik de pracht onder de bomen in de tuin.

Door: Guus

Traag glijden wolken

Traag glijden wolken
zoals zwanen in de stroom.
Het stormt rond mijn hoofd.

Voorbij een bocht in de rivier gleden zwanen kalm in de weerspiegeling van witte wolken in het donkere water. Toen pas bedaarden mijn verwarde gedachten.

Door: Guus

De blauweregen

De blauweregen
van het dak neergestort,
'n weelderig tapijt.

Elke morgen in de vroege zomer is het een lust om de tuin in te gaan. Over de met rode staanders ondersteunde pergola tegen de garagemuur hangen zware trossen blauweregen, die zich tientallen jaren langs de waterput met benige takken omhoog wurmt. - Het had die nacht gestormd. ’s Morgens bij het openslaan van de balkondeuren van de slaapkamer spreidde zich daar ongegeneerd de blauweregen met wijde rokken over het terras. Ik had nog nooit zo’n mooi terras gezien.

Door: Guus

Haar woorden rollen

Haar woorden rollen
als over een cascade
zonder te breken.

Ik hoorde niet meer wat ze zei, maar was bevangen door haar stem die woorden voortbracht als klaterend water van een bergbeek, urenlang.

Door: Guus

Felgele plompen

Felgele plompen
drijven stil in de zachtjes
stromende rivier

We wandelen op een warme dag langs de Kromme Rijn tussen Utrecht en Bunnik. Het stadsgeweld brokkelde tot ver buiten de bebouwde kom af. Door weiden en akkers kabbelt de rivier nu rustig voort in het tempo van onze tred over het oude jaagpad. Aan de oevers ruisen grijsgroene wilgen. Achter hoge bossen rozerode wilgenroosjes drijven op het bewegende water verstild en trots blad en stelen met bloemen van de gele plomp.

Door: Guus

’s Avonds thuiskomen

’s Avonds thuiskomen:
pijn om al het liefs dat ik
je wilde zeggen

Een man heeft onlangs zijn vrouw verloren. Langzaamaan heeft hij zijn werk buitenshuis weer hervat. Alleen die terugkeer naar de leegte in het huis vervult hem van verdriet. Zijn nauwelijks in te houden woorden kwijnen, nog voor ze zijn uitgesproken, in haar schaduw weg. Zelfs haar beeltenis is niet meer is dan een schim van de herinnering.

Door: Guus

Paarse pinksterbloem

Paarse pinksterbloem
uit het vervlogen voorjaar
van mijn jeugdjaren

Urenlang loop ik nu al. Naarmate de dag voorbijgaat en de vermoeidheid toeneemt springen de jaren wild doorheen. Een bloem in het gras aan de slootkant opent het ruim van lucht en weilanden voor mijn ouderlijk huis aan de rand van het dorp. Dezelfde zon, dezelfde bloem, dezelfde emotie. Leeftijd lost in lentegeuren op.

Door: Guus