Haiku's:
1 t/m 30
31 t/m 60
61 t/m 90
91 t/m 120
121 t/m 150
151 t/m 180
181 t/m 210
211 t/m 240
241 t/m 270
271 t/m 300
301 t/m 330
331 t/m 360
361 t/m 390
391 t/m 420
421 t/m 450
451 t/m 480
481 t/m 510
511 t/m 540
541 t/m 570
571 t/m 600
601 t/m 630
631 t/m 631

De zon ontvluchtend

De zon ontvluchtend
drinken zij in de schaduw
rose, koele kirr

Door: Guus

Vlinders wemelen

Vlinders wemelen
in de geur van lavendel,
onverzadigbaar

Door: Guus

In bedauwde weiden

In bedauwde weiden
vol boterbloemen grazen
koeien onaangedaan

Door: Mieke

Ruisende peppels

Ruisende peppels
overstemmen bij vlagen
het vogelgezang

Door: Guus

Optrekkende mist

Optrekkende mist
verdampt aan de hemel, ach,
met ons niet anders

In een boek van oosterse wijze lees ik dat gehechtheid het hele lichaam, de geest en zelfs de spraak in beslag neemt. Ze is als olie op papier er nauwelijks uit te krijgen. Van verbazing kijk ik uit het raam van mijn kamer en zie hoe de grazende paarden in de wei langzaam uit de mist opdoemen. Dan valt de haiku op papier.

Door: Guus

Verward racet een spin

Verward racet een spin
in de vroege voorjaarszon
over de tafel

Nog voor de lente is aangebroken, weet de natuur zich geen raad als de zon onverwacht het voortouw op de lange winter neemt.

Door: Guus

Op een namiddag

Op een namiddag:
‘Jij bent helemaal alleen,’
blaat een zwarte bok

Niets zo fijn dan alleen te wandelen. Je aandacht zweeft naar de omgeving, even losjes als trillend licht boven de velden. Die bok daar in de wei schudt met licht gemak de opmerkingen uit zijn bek. Hij heeft gelijk. Het is wat ik zoek.

Door: Guus

Kabbelend beekje

Kabbelend beekje,
je stem door de telefoon,
van witgoud water.

Ze kent me vast niet meer en haar stem zal nooit meer klinken als toen. De stem van een jonge vrouw in het oor van een toen ook nog jonge, maar vermoeide wandelaar in het café.

Door: Guus

Vrolijk trappelend

Vrolijk trappelend
brabbelt ze zoete woordjes
Anna Julia.

Deze oude haiku van Mieke vond ik terug op de site Omdatikvanjehou.nl. Nog even ontroerend als toen ik hem voor het eerst las. Anna Julia is nu acht jaar. Haar trappelen is dans geworden, haar brabbelen veranderd in woorden die van inleving getuigen. De vorm verandert, haar wezen blijft hetzelfde.


Door: Mieke

De witte kerstroos

De witte kerstroos:
ondanks bittere koude
ontvouwt zij haar blad.

Warm gekleed ontsloot ik de schuurdeur, pakte de koude bezemsteel en schrobde met lichte vegen de sneeuw van het pad naar het washok schoon. Dan lokte de tuin me bij haar naar binnen. Over het bedekte grind kraakten mijn voetstappen naar het perk achterin. Triomfantelijk spreidde de kerstroos, onbeweeglijk, haar bloemblaren in het winterse licht.



Door: Guus

Cosmos wit en paars

Cosmos wit en paars
vangt met graagte zonneschijn
en zíj vangt mij weer

Door: Guus

Eens zo trots hingen

Eens zo trots hingen
surfinia’s uitdagend
in de hangmanden

Door: Guus

Schildpaddenogen

Schildpaddenogen
loeren meedogenloos naar
de dansende mug

Door: Guus

Oude monniken

Oude monniken
zingen trouw en traag God lof
daar in Westmalle

Achter in het abdijcomplex, in een intimiteit als van de Verboden Stad, verwelkomt gedragen zang van het introïtus de gasten in de kapel. Gebogen en vergrijsd zetten oude mannen, trouw gebleven aan het Gregoriaans, de eeuwenoude traditie voort. Ruik ik daar nou de gistingsdampen van het geestrijke bier?

Door: Guus

Driftig snaait de kraai

Driftig snaait de kraai
haar prooi weg uit de aalstreep
op de ezelsrug

Vol beweging en schichtig opkijkend pikt de kraai insecten tussen de huidharen van de ezel die zich voor de domme houdt en denkt dat de kraai denkt dat hij niets in de gaten heeft. Maar, o nee!

Door: Guus

Een luisterend oor

Haiku voor Anton

Een luisterend oor,
baken in de huizenzee:
makelaar Anton

Door: Guus

Een ijzeren spoor

Een ijzeren spoor,
achter bos hondengeblaf
door wind gedragen.

Tot in eindeloze verten zinderde een verlaten spoorlijn door weiden en bossen. De wind had vrij spel en droeg geluiden van ongeziene werelden mee tot in mijn oren en via de trommelvliezen naar de grijze hersenbrei waarin vroege herinneringen zich losweekten.

Door: Guus

Roze robertskruid

Roze robertskruid
door zonnewarmte uit puin
omhoog getrokken.

Op een heuvelend weggetje aan de rand van een oude stad woelden mijn voetstappen het stof tussen de keien los. Het was heet. Zelfs vogels lieten zich niet horen. En dan opeens ving een kleine bloem tussen tuinmuur en pad mijn lome blik.

Door: Guus

Kolenkitten met

Kolenkitten met
fonkelend kristal gevuld
verlichten de stad.

In mijn droom verwijl ik in een onbekende stad. Het was nacht, maar huizen, kerken en gebouwen vingen de gloed van fel oplichtende kristallen. Zo zag ik dat een kolenkit haar betekenis verandert door zich anders dan met kolen te vullen.

Door: Guus

Donkere dagen

Donkere dagen,
de warme gloed van kaarsen
in fonkelend licht
herinnert aan klein geluk
jaar in jaar uit hetzelfde.

Zoals we ’s zomers in de buitenwereld buitelen, keren we ’s winters in de warme behaaglijkheid van het huis en in ons zelf in. De zon, eindeloos ver weg nu, heeft plaatsgemaakt voor flakkerende kaarsen, die ons op deze avond met alle voorgaande jaren verbinden.

Door: Mieke

Regen parelend

Regen parelend
op perzikkruid en wikke
in de schemering

Door: Guus

Gekrijs van eksters

Gekrijs van eksters
scheurt de morgen aan flarden,
wéér is het doodstil

Door: Guus

Blauwe lucht boven

Blauwe lucht boven
het door zon oplichtend groen:
wat nog verlangen?

Door: Guus

Als zij danst en danst

Als zij danst en danst
breekt aan de grauwe hemel
langzaam de zon door

Het zou vandaag zonder ophouden regenen. Onder de paraplu deden we boodschappen in de stad, haalden de kleine Anna op, die voor enkele dagen bij ons zou logeren. Haar vrolijkheid aan tafel ging over in dansen op de marmeren vloer. Aangestoken door haar zonnige lach trekt de hemel open en met het vallen van de avond breekt een wel erg verlaat ochtendgloren aan.

Door: Guus

Fabrieksgeluiden

Fabrieksgeluiden
golven over de nog teer
beschenen velden

Op een vroege lentemorgen, wandelend langs de Moerbeek met haar glooiende weiden, word ik verrast door het brutaal indringende lawaai uit de meubelfabriek. Dag in dag uit, jaar in jaar uit dezelfde geluiden in een voortdurend wisselend landschap waaruit de vogels zijn vertrokken.

Door: Guus

Hoor, vliegtuiggeronk

Hoor, vliegtuiggeronk,
fijne motregen daalt neer
en verkoelt mijn koorts.

Enkele dagen heeft de koorts me te pakken. Ik loop de stille, natte straat door, iedereen is aan het werk, zo ook de piloot hoog in de lucht boven de wolken waaruit onverwacht fijne regendruppels mijn verhit gelaat afblussen.


Door: Guus

Een pul koel wit bier

Een pul koel wit bier
in de Kluis van Hoegaarden
daar in de luwte.

Op die dag waren in het Belgische Brabant de café’s ofwel dicht ofwel voorgoed gesloten. Met onlesbare dorst betraden we ’s namiddags de oase van de Kluis en dronken onder witte parasols koel schuimend bier. Alsof de dag opnieuw begon.

Door: Guus

Bloesem op het pad

Bloesem op het pad
traag loopt de oude man voort
winter in zijn ziel.

Ze zag op een lentedag mijn oude vader over het pad voortgaan en dacht zich in hoe het bij hem van binnen was: helder wit al en nog maar enkele stappen te gaan. Zijn winterlicht hield aarzelend in de lente aan en doofde toen de zomer nauwelijks was begonnen.

Door: Mieke

Jouw liefde zo licht

Jouw liefde zo licht
opgenomen door de wind
naar een ander oord

De wind is grillig en haar richting onvoorspelbaar. Het is een lang geleden opgeschreven haiku van Mieke. Met vlinderende muziek van Scarlatti op de achtergrond zoek ik naarstig naar de beweging van Miekes gevoelens van lang vervlogen tijden. Maar wat doet het ertoe. is het niet universeel dat liefde wervelt en als water haar spontane loop neemt?

Door: Mieke

Op de eerste dag

Op de eerste dag
van het jaar steekt uit de grond
een schildpaddenkop.

Wie wil op nieuwjaarsdag niet vroeg opstaan en het dunne sneeuwvlies over de tuin betreden? De zachte huid over het lage, winterharde groen laat zich gewillig door mijn handen betasten. Eenmaal mijn aandacht dicht bij de grond staren lodderige, pas ontwaakte ogen van een schildpad mij aan. Hij kan niet langer op het voorjaar wachten.

Door: Guus