Haiku's:
1 t/m 30
31 t/m 60
61 t/m 90
91 t/m 120
121 t/m 150
151 t/m 180
181 t/m 210
211 t/m 240
241 t/m 270
271 t/m 300
301 t/m 330
331 t/m 360
361 t/m 390
391 t/m 420
421 t/m 450
451 t/m 480
481 t/m 510
511 t/m 540
541 t/m 570
571 t/m 600
601 t/m 630
631 t/m 631

Warm ingebakerd

Warm ingebakerd
zweeft zij in de najaarstuin
licht van schoot naar schoot


Door: Guus

God sprak: ‘Er zij licht,’

God sprak: ‘Er zij licht,’
en het werd voor altijd licht
behalve ’s nachts dan

Door: Guus

Op de keukenvloer

Op de keukenvloer
plonst plots haar vruchtwater, en
hoor: vogels zingen

Door: Guus

Die dag was de zon

Die dag was de zon
niet bij machte de velden
van mist te klaren

Door: Guus

Tegen het staalblauw

Tegen het staalblauw
van de hemel wiegt zachtjes
een tak vol kersen.
Zo klinkt ook haar stem teder
in de stille namiddag.

Door: Guus

Wilde flora langs

Wilde flora langs
de Demer bracht hem zijn lief -
zo ver weg - nabij

Door: Guus

Een verwelkte roos

Een verwelkte roos!
Bij warm weer bleek het water
in de vaas verdampt

Door: Guus

Een oude boomgaard

Tanka:

Een oude boomgaard
bracht hen in verwondering:
de drie broers naarstig
spittend in hun verleden
en dan ineens die bloesem

Door: Guus

In de Kersenlaan

In de Kersenlaan
staat de bloesem op springen;
waar wachten we op?

Door: Guus

Besneeuwde weiden

Besneeuwde weiden
langs paden in Salphen waar
tijd nóg meer verstilt

Door: Guus

Op het middaguur (Elise)

Op het middaguur
boven roze bloemenpracht
een rode libel

Door: Elise

De graankorrel sterft (Mieke)

De graankorrel sterft,
in de late middagzon
strijken kraaien neer

Door: Mieke

Na achtendertig

Voor Mieke

Na achtendertig
jaar gaf hij evenzoveel
rozen aan zijn lief.
Zij schikt ze liefdevol en
mooier dan ooit in een vaas

Door: Guus

Verlaten straten

Verlaten straten:
jong en oud spoedden zich naar
bomvolle stranden

Door: Guus

Een valse kater

Een valse kater
in de tuin, het haasje springt
daar nu nog vrolijk.
Zo gaat dat in de natuur
en de jager mist zijn prooi

Door: Guus

De klaproos in knop

De klaproos in knop
hield het niet langer en brak
in weelde open.
Na een week al is de tuin
anders dan toen zij vertrok

Door: Guus

Dat schapengeblaat

Dat schapengeblaat
en dan al die vleermuizen,
de nacht is optilt

Door: Guus

Een jaar geleden

Een tanka:

Een jaar geleden
nu: als een verlaten nest
de lauwe holte
die blijft na het heengaan
van wie zij heeft liefgehad

Door: Guus

Bedroefd zag zij de

Bedroefd zag zij de
rode ochtendzon achter
een wolk verdwijnen

Door: Guus

De verzorger waant

De verzorger waant
zich in de hemel met dat
oudje op café

Door: Guus

Mijn lieve kleinkind

Voor Guusje-Flore:

Mijn lieve kleinkind,
als nazomerse weelde
voor ons geboren

Door: Guus

In de sterfkamer

In de sterfkamer
zocht de dode vergeefs naar
zijn verloste ziel

Door: Guus

De zomerse dag

De zomerse dag
sluipt in avondnevel weg,
en kijkt niet meer om

Door: Guus

Vis met wokgroente

Vis met wokgroente,
de wandelaar neemt ook nog
een glas witte wijn.
Langs paden verwende hij
zijn ogen, nu ook zijn mond.


Door: Guus

Tussen distels en

Tussen distels en
netels graast een koe naar gras:
daar kijkt het van op

Door: Guus

Als de zon verschijnt (Rupert)

Als de zon verschijnt
vouwen wij ons als bloemen
open voor de dag.

Door: Rupert

Z’n ma bleef hem tot

Z’n ma bleef hem tot
in elke vezel nabij,
nabij tot zijn dood

Door: Guus

Verrukt haalt onze

Verrukt haalt onze
kleine meid de wereld op
internet binnen

Door: Guus

Mannen dobbelen

Mannen dobbelen,
roken en drinken, regen
slaat tegen het raam

Door: Guus

Bomen lopen uit

Bomen lopen uit,
vogels zingen aarzelend
nog ver voor hun tijd

Door: Mieke