Haiku's:
1 t/m 30
31 t/m 60
61 t/m 90
91 t/m 120
121 t/m 150
151 t/m 180
181 t/m 210
211 t/m 240
241 t/m 270
271 t/m 300
301 t/m 330
331 t/m 360
361 t/m 390
391 t/m 420
421 t/m 450
451 t/m 480
481 t/m 510
511 t/m 540
541 t/m 570
571 t/m 600
601 t/m 630
631 t/m 631

De rozenknop barst

De rozenknop barst
volrood en geurend open.
Ach, geen lente meer.

Door: Guus

Haar melancholie

Haar melancholie
verbleekte bij het zien van
dravende paarden
tijdens avondschemering
in de weide voor het huis

Door: Guus

Sigarenrook stijgt

Sigarenrook stijgt
als wierook om hem heen, maar
wie is hij dan wel?

Door: Guus

De bloem geknakt

De bloem geknakt
nadat de tuinier zijn hof
wilde opschonen.

Door: Guus

Uit zijn lijf viel het

Uit zijn lijf viel het
hart in brokken op de grond,
niet plots natuurlijk

Door: Guus

Tegen de avond

Tegen de avond
verhevigt de stadsdrukte
en verstilt de weide

Door: Guus

Bloeiende rozen

Bloeiende rozen
’s winters verwijzen naar herfst
of nieuwe lente.
De tijd ging aan hem voorbij,
vertwijfeld bleef hij daar staan.

Door: Guus

Zijn sigarendoos

Zijn sigarendoos
ging langer mee dan hijzelf
o, wrede natuur

Door: Guus

‘Roets-roets,’ zegt de zaag

‘Roets-roets,’ zegt de zaag,
‘krik-krak,’ stamelt de boom nog.
Oh, wat een verdriet.


Door: Guus

Het afvoerputje

Het afvoerputje
slobbert het regenwater
gulzig naar binnen

Door: Guus

Plots loste hij op

Plots loste hij op,
zijn woorden verwaaiden nog
als wilgenpluizen

Door: Guus

Wiegend fluitenkruid

Wiegend fluitenkruid
langs de sloot en merelzang
vervullen zijn hart


Door: Guus

Meerkoeten glijden

Meerkoeten glijden
kalm op de stroom, maar loeren
waakzaam naar een prooi.
Niets doen, wachten en kijken,
dan plotseling toehappen.

Door: Guus

‘Waarom hij?,’ mompelt

‘Waarom hij?,’ mompelt
linkerhand als rechterhand
mooie woorden schrijft

Door: Guus

Sneeuwvlokken zweven

Sneeuwvlokken zweven
zacht omlaag, verwateren
op de plavuizen

Door: Guus

Een clowneske kop

Een clowneske kop
aan de muur van een stille
bar, wat een treurnis

Door: Guus

Berijpte takken (Sun Itsu)

Berijpte takken
wachten kalm de lente af
berijpte takken

Door: Sun Itsu Gua

Onder dreigende

Onder dreigende
wolken hoort hij nu al zijn
soppende stappen

Door: Guus

De gulle hemel

De gulle hemel
spreidt een wit dek over de
donkere aarde
engelenmuziek opent
onze winterse harten

Door: Guus

Krähen ziehen vorbei (Pina)

Krähen ziehen vorbei
weisse flächen bitter kalt
Adventszeitstille


Door: Pina

Drie oude honden

Drie oude honden
waggelen achter hun baas,
de tong uit hun bek

Door: Guus

Hoog in de blauwe

Hoog in de blauwe
lucht draait een buizerd rondjes
en snoept een vliegje

Door: Guus

Een stille kapel

Een stille kapel,
een kaars voor de Moeder Gods
en nu maar bidden.
Voor even gedachteloos,
maar buiten winkelend volk


Door: Guus

Schone lentebloem

Schone lentebloem,
hoelang nog geurt het kroontje
zoeter dan honing?

Door: Guus

Ik ben vandaag zo

‘Ik ben vandaag zo
vrolijk, zo vrolijk was ik
nooit,’ en toch zo droef.
Vrieskou in weerwil van de
zon aan een blauwe hemel.

Door: Guus

De volle maan breekt

De volle maan breekt
op de nog glinsterende
keien in stukken.
Zo heeft weerschijn te lijden,
maar is het Zelf onbreekbaar

Door: Guus

Zoals de dag zich

Zoals de dag zich
vanzelf ontrolt, rolt zijn rug
soepel op de mat

Door: Guus

Een reiger daalt neer

Een reiger daalt neer
in de wintertuin, wiekt dan
omhoog, het dak op.
De kikker liet zich niet zien.
Het is weer stil als voorheen

Door: Guus

Levendig sieren (Sun Itsu)

Levendig sieren
kerstbomen de markten op
maar ach, het jaar sterft

Door: Sun Itsu Gua

O nee, doe dat niet

O nee, doe dat niet,
smeekte ze haar minnaar die
droef de kaars uitblies

Door: Guus