Haiku's:
1 t/m 30
31 t/m 60
61 t/m 90
91 t/m 120
121 t/m 150
151 t/m 180
181 t/m 210
211 t/m 240
241 t/m 270
271 t/m 300
301 t/m 330
331 t/m 360
361 t/m 390
391 t/m 420
421 t/m 450
451 t/m 480
481 t/m 510
511 t/m 540
541 t/m 570
571 t/m 600
601 t/m 630
631 t/m 631

Ver weg over de

Ver weg over de
weiden hoort hij nog haar lach
en dan wordt het stil...

Door: Guus

Sindsdien snoeit hijzelf

Sindsdien snoeit hijzelf
de rozenstruik, voor haar nog
in de tuin gezet.
Zo herneemt zich het leven
met herinnering als troost.

Door: Guus

Na lang wandelen

Na lang wandelen
raken zijn voeten los van
de grond: hij is vrij

Door: Guus

In een kapel komt

In een kapel komt
de pelgrim tot rust en breekt
dan de tocht maar af

Door: Guus

Op de oude muur

Op de oude muur
koesteren eenden zich loom
in het zonnetje.
Plots lossen tijd en ruimte
zich in genietingen op.

Door: Guus

De parasol raakt

De parasol raakt
niet ontmoedigd door het bruut
geweld van de zon

Door: Guus

Het ei breekt open

Het ei breekt open,
kuiken, kip, kuiken, steeds weer
breekt een ei open.
Ach, kippen worden almaar
ouder, de dood tegemoet.

Door: Guus

Rozen van kunststof

Rozen van kunststof
geuren noch verwelken, zijn
niets dan illusie.
Steeds meer werd zij zichzelf en
gaf zo de omgeving kleur.

Door: Guus

Zijn ego was zo

Zijn ego was zo
mooi dat het hem zou spijten
het los te laten

Door: Guus

De boom uitgevloerd

De boom uitgevloerd
over de weide, pas toen
is de storm geluwd

Door: Guus

‘Vogelkers,’ zegt ze

‘Vogelkers,’ zegt ze
op het zomerterras waar
hij in het voorjaar
nog de tere bloesem uit
haar zwarte haren plukte.


Door: Guus

Met open ogen

Ter nagedachtenis aan Semmie

Met open ogen,
de snuit tussen zijn pootjes,
mijn dode marmot

Door: Guus

Beneveld door de

Beneveld door de
geur van lindebloesem lonkt
zij naar elke man.
‘Ach, was het toch maar altijd
zomer,’ fluistert zij haar lief.

Door: Guus

Een aangereden

Een aangereden
vogel, morsdood, oei, de kat
heeft nu een makkie.
Het dier heeft geen weet van de
eeuwige kringloop..., wij wel.

Door: Guus

Wat nog overblijft

Wat nog overblijft
van zijn cappuccino is
een dun schuimlaagje
op de bodem, afgekoeld,
het wordt tijd om weer te gaan.

Door: Guus

Het voorjaar breekt uit

Het voorjaar breekt uit:
de oude boom koketteert
weer met frisgroen blad


Door: Guus

Met het lange pad

Met het lange pad
voor zich bevangt haar plots de
zwaarte van de tijd.
Halverwege schrikt zij op:
kon dit maar eeuwig duren.

Door: Guus

Hoe ruw woelt zijn hand

Hoe ruw woelt zijn hand
de aarde om, de wormen
zien verwonderd toe

Door: Guus

Traag verbleken fel

Traag verbleken fel
oranje vegen boven
het aardedonker


Door: Guus

Op een voorjaarsnacht

Voor mijn ouders

Op een voorjaarsnacht
begeerden zij elkaar en
dat gedenken wij
jaar in jaar uit, maar liever
nog elke maand, elke dag.


Door: Guus

De luifel beschermt

De luifel beschermt
hem tegen de zon en blijft
hij droog bij regen.
Waarom deren hitte, vocht
en koude de vogels niet?

Door: Guus

Traag, maar licht sjokt een

Traag, maar licht sjokt een
ezel met als lieve last
de vrouw bergopwaarts.
Ezels zijn zo dom nog niet:
schoonheid kan nooit bezwaren.

Door: Guus

Verlepte rozen

Verlepte rozen
op zijn tafel brengen hem
niet in verwarring.
Maar bij het scheren, oei, hij
schrikt van zijn gelaatsgroeven.

Door: Guus

Woorden fladderen

Woorden fladderen
als lentevlinders lichtjes
rond het oude paar.
Tussen winter en zomer
denkt men nog niet aan de herfst.

Door: Guus

Duizenden jaren

Duizenden jaren
al stroomt de Maas naar open
zee, onverstoorbaar.
Ha ha, de speelse golfjes
trekken zich daar niets van aan.

Door: Guus

Het tulpenblad valt

Het tulpenblad valt
breed uiteen en geeft haar hart
nu volledig prijs.
Tegen het levenseinde
toont men plots zijn ware aard.


Door: Guus

De kweepeer bloesemt

De kweepeer bloesemt
rood, het gele hart ziet uit
naar de vrucht, nu al.

Door: Guus

Zijn fraaie woorden

Zijn fraaie woorden
losten op, toen zijn liefje
hem teder streelde

Door: Guus

Plots versobert sneeuw

Plots versobert sneeuw
het landschap tot een fraaie
zwartwit-tekening

Door: Guus

Een moment nog teert

Bij de dood van Nienkes oma

Een moment nog teert
de vlam op al gesmolten
kaarsvet, dan dooft ze.
Wie dacht daaraan toen ze in
begeerte werd ontvangen?


Door: Guus