Haiku's:
1 t/m 30
31 t/m 60
61 t/m 90
91 t/m 120
121 t/m 150
151 t/m 180
181 t/m 210
211 t/m 240
241 t/m 270
271 t/m 300
301 t/m 330
331 t/m 360
361 t/m 390
391 t/m 420
421 t/m 450
451 t/m 480
481 t/m 510
511 t/m 540
541 t/m 570
571 t/m 600
601 t/m 630
631 t/m 631

Dame op barkruk

Dame op barkruk,
sigaret, glas wijn, haar blik
op oneindig, stil...
Hoe rokeriger de kroeg
des te schoner de dromen.


Door: Guus

Ondanks haar broze

Ondanks haar broze
lijf blijft zij glimlachen en
deert de dood haar niet

Door: Guus

Turend in de kaars

‘Turend in de kaars

weerkaatst de vlam in haar hart,

gelaat en ogen.’

Deze haiku fleurt zijn al

te sombere stemming op.


Door: Guus

De voorbije kerst

De voorbije kerst
alleen nog droom tijdens het
lengen der dagen.
Verzadiging gedrenkt in
weemoed, op nieuwjaarsmorgen.

Door: Guus

Heimwee bezongen (ingez.)

Heimwee bezongen
voor een meelevend publiek,
stille ontroering.


Door: een site-bezoekster

Het schijnsel van de

Het schijnsel van de
maan geeft haar gelaat een gloed,
nooit eerder gezien.
Voortdurend verandert het
landschap door de seizoenen.

Door: Guus

Een zoute haring

Een zoute haring
in mijn gulzige mond, ah,
niets dan zaligheid.
Voordat ik bestond was er
niets en daarna ook al niet.

Door: Guus

Onder die schedel

Onder die schedel

daar krioelen gedachten,

slechts één spreekt hij uit.


Door: Guus

Een omaatje met

Een omaatje met
gegroefd gelaat in haar herfst,
lachen dat zij kan!

Door: Guus

Elk najaar verliest

Elk najaar verliest
de boom zijn blad, terwijl de
wortels sterk blijven.
De herinnering beklijft
ondanks wat was toch verwaait.

Door: Guus

Een grondelende

Een grondelende
eend zoekt in het diep zijn prooi
en komt weer boven


Door: Guus

Haar stem en glimlach

Haar stem en glimlach
flakkeren in zijn hart op,
bloemen op het graf

Door: Guus

Een oude vrouw duwt

Een oude vrouw duwt
de boodschappenkar moeizaam
de huisdeur binnen.
Bezweet torst de jager zijn
buit naar de familiehut.

Door: Guus

De zo bekende

De zo bekende
oliebollengeur duwt het
verleden voorwaarts

Door: Guus

Niet langer weerstaat

Niet langer weerstaat
zijn paraplu de zware
regen, dan maar nat.
In het café is het warm,
een flesje wijn, dan maar teut.


Door: Guus

Winterse koude

Winterse koude

drijft hem het café in, hee,

bloemen op tafel


Door: Guus

Heer Dikbuik stouwt zich

Heer Dikbuik stouwt zich
vol met karbonade en
rolt de straat weer op

Door: Guus

Ave Maria

Ave Maria,
bidt hij, toch even weer de
hemel op aarde.

Door: Guus

Tussen het hoge

Tussen het hoge
gras een eekhoornpluim, zijn snoet
wroetend in de grond.
Investeren in het nu
levert later vruchten op.

Door: Guus

Kermis: kinderen

Kermis: kinderen,
stampmuziek, buggies, vrouwen,
mannen, moe verlaat
hij de stad, ach, die rozen
in een tuin, zo verstillend

Door: Guus

Hoog in de blauwe

Hoog in de blauwe
lucht een felwitte streep als
een pijl uit de zon
en lost op. Ach, waaraan deed
hem dat zojuist nog denken?

Door: Guus

Verbaasd ziet het kind

Verbaasd ziet het kind
hoe opa’s sigarenrook
in het niets oplost.
Nu al die verwondering
dat alles steeds verandert.


Door: Guus

Met slakkengel

Met slakkengel
tracht hij rimpelvorming te
vertragen, maar ach!

Door: Guus

Ons gemoed tijdens

Ons gemoed tijdens
de winterzonnewende:
zo stil en vredig.
Tijd noch eeuwigheid laten
zich gelden, alleen maar nu.

Door: Guus

In de zwartste maand

In de zwartste maand
van het jaar ontwaart hij de
gloed van de lente

Door: Guus

Als blaren op het

Als blaren op het
gazon dwarrelen woorden
in dit versritme

Door: Guus

Zijn kale schedel

Zijn kale schedel
vangt het zonlicht, de bomen
verliezen hun blad

Door: Guus

Nu de boomkruin kaalt

Nu de boomkruin kaalt
bereiden de wortels zich
op de lente voor

Door: Guus

Tientallen meeuwen

Tientallen meeuwen
op de kade, gelaten
hun kop in de wind

Door: Guus

De Dender alweer

De Dender alweer
zo ver weg, maar toch blijft hij
stromen, heel nabij

Door: Guus